Syndroom van Asperger - PDD NOS - NLD - ADHD - McDD

Een aantal vormen van autisme uitgelicht:

 

Syndroom van Asperger

Het Syndroom van Asperger, of Aspergersyndroom, is een pervasieve ontwikkelingsstoornis binnen het autistisch spectrum met normale of meer dan gemiddelde begaafdheid, met atypische of beperkte sociale vaardigheden en met vertraagde sociaalemotionele ontwikkeling en/of intergratie. In de meeste gevallen is er geen vertraagde taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Het onderscheid tussen het syndroom van Asperger en zogenaamd hoogfunctionerende autisme is omstreden.

Het syndroom van Asperger ligt op het autismespectrum samen met lichte vormen van PDD-NOS het dichtst bij harmonisch normale mensen. Veel meer dan mensen met een autistische stoornis, die vooral aan het individu zelf ligt, worden mensen met het syndroom van Asperger geacht op den duur te kunnen omgaan met hun moeilijkheden in de omgang met de omgeving. Hun betere verbale vaardigheden en begaafdheid (gemiddelde tot hoge intelligentie) camoufleren vaak zeer goed hun andere (ernstige) beperkingen. Deze camouflage en de beperkte wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over hun beperkingen, maken dat hun handicap voor hulpverlening en ondersteuning onderschat wordt. Hun beperkingen op vlak van sociale omgang en empathie zijn nochtans aanzienlijk en leiden vaak tot geestelijk isolement en (sociaal-economische) marginaliteit.

Binnen het autismespectrum zijn mensen met het syndroom van Asperger vaker in staat om een zelfstandig leven te leiden. Ze hoeven doorgaans niet hun hele leven in een begeleide woonvorm of instelling te verblijven. Ze volgen meestal gewoon regulier onderwijs, hoewel er ook mensen zijn die met het syndroom van Asperger speciaal onderwijs volgen.

Net als andere mensen zonder Asperger maar binnen het autismespectrum, is het moeilijk een wederzijdse relatie op te bouwen, ondermeer door de moeite die ze hebben om een gesprekspartner recht in de ogen te kijken, waardoor zij soms als ongeïnteresseerd worden bestempeld, ook als zelfs het tegendeel het geval is. Ook het beperkte inzicht in de context en omgeving, repetitieve en dwangmatige bezigheden en gewoontes, behoefte aan structuur , de prikkelverwerking en motorische moeilijkheden kunnen in meer of mindere mate bij mensen met het syndroom van Asperger terug komen.

Sociale beperkingen:

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak moeilijk tussen de lijnen lezen binnen de sociale context. Ze beseffen vaak niet intuïtief wat sociaal aanvaard is en vinden niet altijd de juiste toon of mimiek om hun eigen emotionele toestand te uiten. Ze hebben het soms moeilijk letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden en iemands lichaamstaal te lezen. Ze weten vaak ook niet wanneer ze aan het woord moeten/kunnen komen en wanneer niet. Metaforen zijn voor mensen met Asperger vaak moeilijk te begrijpen. Als indirect gevolg daarvan hebben ze in min of meerdere mate last van gedachteblindheid. Het kan ook zijn dat beperkte sociale vaardigheden tot gevolg hebben dat mensen met Asperger onbewust geen zin hebben om te communiceren met andere mensen. Dit is geen sociaal vermijdingsgedrag, dat bewust gebeurt.

Opgaan in afwijkende interesses:

Mensen met Asperger kunnen intense preoccupaties koesteren. Niet de interesse zelf maar de intensiteit waarmee mensen met Asperger zich bezighouden verschilt van anderen.

Verbale en taalbeperkingen:

Mensen met Asperger staan bekend om hun pedante manier van spreken, met gebruik van taal die te formeel en gestructureerd is voor de gebruikte situatie. Er is vaak weinig of geen intonatie in hun stem, waardoor ze autoritair overkomen. Zo kan een vijfjarige met Asperger gemakkelijk bepaalde woorden en een toon gebruiken die goed zou kunnen passen in een universiteitscursus, vooral als het gaat over zijn hobby. Letterlijke interpretatie is een beperking die mensen met Asperger delen met anderen uit het autismespectrum.

Diverse kenmerken:

Mensen met Asperger hebben een diversiteit aan zintuiglijke, ontwikkelings en psychologische bijzonderheden. Fijne motorische vaardigheden kunnen bijvoorbeeld vertraagd zijn. Een merkwaardige manier van wandelen of een gepreoccupeerde manier van vinger-, hand-, arm- of beenbewegingen.

Mensen met Asperger zouden zich tevens aangetrokken voelen tot orde en routine, terwijl verandering in routines en vaststaande ordes angstaanvallen kunnen veroorzaken. Ook overprikkeling en extreme gevoeligheid voor tast, geluiden, smaken zijn mogelijk. Deze overgevoeligheid lijdt ertoe dat ze zich slechter kunnen concentreren.

Sommigen zijn zelfs extreem gevoelig voor luide geluiden of sterke geuren of houden allerminst van aangeraakt te worden. Het tikken van de klok, het druppelen van water uit een defecte kraan, hoe stil ook, of het fladderen van een dwergvlieg kan zulke mensen tot razernij brengen. Te fel licht, zoals een TL-verlichting en te felle kleuren kunnen letterlijk een marteling zijn.

Ook onderprikkeling is mogelijk, wanneer mensen met Asperger niet reageren op bepaalde prikkels, soms hevige pijnen. Dit komt echter meer voor met andere mensen uit het autismespectrum.

 

terug naar boven

 

PDD NOS

PDD-NOS is een afkorting van Pervasieve ontwikkelingsstoornis. (Pervasive Developmental Disorder) Pervasieve ontwikkelingsstoornis is een overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd.

Bij deze groep mensen is het contact met anderen wel een probleem, maar niet het probleem dat het meest op de voorgrond staat. Het kind is wel tot contact in staat, er is wel een band tussen ouder en kind, maar met andere mensen gaat het al moeilijker. Wat kinderen betreft lukt het contact met leeftijdsgenoten vaak niet goed.

Pervasief betekent doordringen. Het wil zeggen dat we bij pervasieve stoornissen te maken hebben met problemen die doordringen in verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. Dat kan bij kinderen met PDD-NOS de taalontwikkeling zijn, de motorische ontwikkeling, het reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te besturen.

Er zijn en aantal gebieden waar kinderen met PDD-NOS problemen mee hebben:

  • De taalontwikkeling.
  • De motorische ontwikkeling.
  • De zintuiglijke ontwikkeling.
  • De denkontwikkeling.
  • De sociale ontwikkeling.

Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesse kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per leeftijd. Voor een kind betekenen de gevolgen van PDD-NOS vaak een ernstige beperking in het dagelijkse functioneren.

Voor ouders van kinderen met PDD-NOS is het ontbreken ven een echte wederkerigheid in de relatie met het kind vaak een teleurstellende ervaring. Het opvoeden vraagt van hen een meer dan gemiddelde inzet. Vaak hebben deze kinderen door hun activiteit t.o.v. de sociale omgeving langer dan andere kinderen leiding en bescherming van hun ouders nodig.

De broertjes en zusjes krijgen hierdoor wel eens te weinig aandacht. Ook zij ervaren het gebrek aan wederkerigheid in de relatie. Verder worden spontane gezinsgebeurtenissen vaak vermeden of in de war gestuurd door het kind met PDD-NOS, dat er niet tegen kan dat de gewone regels en ritmes te doorbreken. Kinderen met PDD-NOS kunnen onderling sterk verschillen in de ernst van de kernproblemen en het aantal en de ernst van de bijkomende problemen.

Er is geen behandeling bekend die PDD-NOS doet verdwijnen. De behandeling bestaat, net als bij de meeste kinderpsychiatrische aandoeningen, uit een combinatie van voorlichting, medicatie, opvoedingsondersteuning, begeleiding op school en psychotherapie in de vorm van gedragstherapie en/of sociale vaardigheidstrainingen.

Medicatie wordt gegeven om de bijkomende problemen zoals angst, depressie of agressie te verminderen.

 

terug naar boven

 

NLD

NLD is een afkorting van Nonverbal Learning Disabilities. In het Nederlands betekent dit Niet-verbale Leerstoornis, ofwel een leerstoornis die geen betrekking heeft op de taal.

Kinderen met NLD zijn verbaal heel sterk. Bovendien hebben ze vaak een goed geheugen. Daarom duurt het ook een tijdje voordat men door heeft dat er iets met het kind aan de hand is. De problemen liggen echter op het non-verbale gebied. Ze hebben moeite met het begrijpen van informatie die ze visueel waarnemen. Maar hun problemen liggen ook op het gebied van de motoriek en op het sociale gebied.

Vaardigheden die kenmerkend zijn voor een kind met NLD:

  • Ze zijn verbaal erg vaardig.
  • Kinderen luisteren graag naar verhalen en alles wat hen verteld wordt.
  • Auditieve informatie onthouden ze goed en kunnen ze beter begrijpen.
  • Ze hebben goed oog voor detail.
  • Kinderen met NLD zijn auditief erg gevoelig. Alle geluiden komen sterk bij hen binnen.

Te korten die kenmerkend zijn voor een kind met NLD:

Visuele en tactiele waarneming, ze hebben moeite met het overzien van gehelen en zijn erg gericht op detail.

  • Ruimtelijk inzicht.
  • Sociale inzicht en sociale omgang.
  • Probleemoplossend vermogen.
  • Emotionele stabiliteit.
  • Aanpassen aan nieuwe omstandigheden.
  • Leren van nieuwe taken.
  • Complexe motoriek.
  • Meerdere handelingen tegelijk uitvoeren.
  • Rekeninzicht.

NLD is dus een syndroom waarbij er een combinatie is van vaardigheden en tekorten. Tussen individuele kinderen met NLD zijn vaak grote verschillen te zien in vaardigheden en tekorten. Dit maakt het niet gemakkelijk op om NLD te signaleren. Ook de intensiteit van het syndroom kan verschillen van kind tot kind.

Een kind met NLD behoort niet tot de doorsnee leerling, al is in de meeste gevallen niets mis met zijn of haar intelligentie. Toch gaan de meeste scholen, ook tegenwoordig nog, uit van de gemiddelde leerling. Het kind met NLD is in veel gevallen een normaal begaafd kind maar, heeft een andere benadering nodig om informatie goed te kunnen verwerken.

 

terug naar boven

 

ADHD

Twee voorbeelden van stoornissen die ook begeleiding kunnen ontvangen bij Ambulante Begeleiding Het Spectrum:

ADHD

ADHD is een afkorting voor het Engelse begrip Attention Deficit Hyperactivity Disorder en wordt in het Nederlandse vertaald als aandachtstekortstoornis met Hyperactief gedrag. ADHD is het meest voorkomende gedragsprobleem bij kinderen en jongeren.

ADHD wordt gekenmerkt door de volgende symptomen:

Hyperactiviteit: bewegelijk met handen en voeten, niet stil zitten in de klas, praat aan één stuk door, moeilijk ontspannen spelen.
Impulsiviteit: antwoord aan zeggen voordat de vraag is afgemaakt, moeite om op zijn/haar beurt te wachten, bezigheden van anderen verstoren.
Aandachtstekort: moeite om aandacht bij activiteit te houden, niet luisteren, aanwijzingen niet opvalogen, dingen kwijtraken, vergeetachtig, afgeluid worden door geluiden of bewegingen, moeite met organiseren van taken.

Kinderen met ADHD hebben frequent hoge mate last ven de genoemde symptomen gedurende een langere periode in hun ontwikkeling.

Jongens met ADHD vertonen vaker hyperactief en impulsief gedrag, terwijl meisjes doorgaans meer problemen hebben in de concentratie en aandacht. Daar aandachts- en concentratieproblemen minder te herkennen zijn dan hyperactief en impulsief gedrag, kan het voorkomen dat de diagnose ADHD bij jongens sneller wordt gesteld. Er zijn ook meer jongens dan meisjes bekend met de diagnose ADHD.

ADHD is een neurobiologische aandoening, wat betekent dat ADHD een oorzaak heeft die in de hersens ligt.

Kan ADHD behandeld worden?

Het is op dit moment niet mogelijk om ADHD te genezen, maar er zijn behandelmogelijkheden beschikbaar die van waarde zijn bij het leren omgaan met de aandoening. Deze behandelopties helpen de cliënt om met kernsymptomen van ADHD te leren omgaan waardoor het functioneren van het kind met ADHD verbeterd.

Voorbeelden van behandeling:

  • Psycho-educatie en gedragstraining.
  • Medicatie.
  • School begeleidingsprogramma’s.

 

terug naar boven

 

McDD

McDD = Multiple-complex Developmental- Disorder in het Nederlands: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen.

Kinderen met deze stoornis vormen een subgroep binnen de groep kinderen met PDD-NOS.

McDD is dus geen ernstiger vorm van PDD-NOS of minder ernstige vorm van autisme. Het is een aparte ontwikkelingsstoornis met als kern een informatieverwerkingsprobleem, het reguleren van emoties en gedachten. Dat informatieverwerkingsprobleem vertoont kenmerken zoals gezien worden bij autisme, maar ook kenmerken zoals die worden aangetroffen bij angststoornissen zoals schizofrenie.

Een beetje angst ontaardt bij hen meteen in paniek, een beetje boosheid wordt razernij. Hun veel te sterke fantasie zorgt ervoor dat hun gedachten met hen op de loop kunnen gaan, waardoor fantasie en werkelijkheid niet meer uit elkaar worden gehouden. Soms vertellen ze over ‘mannetjes’ of ‘stemmetjes’ in hun hoofd die hen regeren zonder dat ze zich daartegen kunnen verzetten. Het regulatiemechanisme, de innerlijke thermostaat die emoties en gedachten in evenwicht houdt, werkt bij hen kennelijk minder goed.

Een kind met McDD heeft er extreem veel moeite mee om de wereld als een veilige plaats te ervaren. Alles is erop gericht om de angst te beteugelen. De ontwikkeling op diverse leefgebieden kan hier ernstig onder lijden. In de geborgenheid en veiligheid van een één-op-één relatie met een volwassene kunnen ze vaak redelijk functioneren. Het gaat mis zo gauw de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt.

Symptomen van McDD zijn te verdelen in drie groepen:

  • Stoornissen in de regulatie van affecten (angst en agressie: angst schiet door in paniek, boosheid in woede). Zoals intense angst of gespannenheid, vreesachtigheid of fobie, periode van getalsmatige terugval met driftbuien of primitieve woedeaanvallen, uitgesproken emotionele en stemmingsschommelingen.
  • Stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en stoornissen in het sociale gedrag in relatie tot leeftijdsgenoten en volwassenen. Zoals sociale desinteresse, vermijden sociale contacten of grenzeloze contactname, ondanks aanwezige sociale vaardigheden. Ontbreken van bestendige relaties met leeftijdsgenoten, aanklampende ‘haat-liefderelaties’ met name met volwassenen. Diep gebrek aan empathie en het vermogen zich te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van anderen.
  • Stoornissen van het denken (onnavolgbaar van de hak op de tak springen, bizarre fantasieën, geheel opgaan in fantasieën, moeite hebben met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid). Zoals onlogische gedachtengang of plotselinge onnavolgbare gedachtesprongen. Verwarring tussen fantasie en realiteit, gemakkelijk verward raken en overwaardige gedachten (grootheidsideeën, verhoogde achterdocht)

Er is helaas geen therapie die de stoornis opheft. Wel kan een speciale opvoeding met veel consequente en wijze leiding de problemen meestal binnen de perken houden. Dit vraagt echter een constante aandacht van de omgeving, waardoor het opvoeden van deze kinderen een uitputtende bezigheid is.

Ouders van kinderen met McDD moeten altijd proberen hun eigen emoties niet te tonen, vooruit te denken over gebeurtenissen en bedacht zijn op ongeremde reacties. Zij moeten zichzelf een manie van opvoeden aanleren waarin verduidelijking en begrenzing een tweede natuur wordt. Het regulatiemechanisme dat zorgt voor evenwicht in emoties en gedachten moet bij kinderen met McDD als het ware van buitenaf worden aangedragen. Medicatie kan soms nodig zijn om de angsten binnen de perken te houden.

Ouders hebben bij de omgang met de ernstige problemen van hun kind dringend behoefte aan deskundige begeleiding van een kinder- en jeugdpsychiater, vaak in samenwerking met een gezinsbegeleider. Behandeling is gericht op het geven van structuur, het voorkomen en dempen van de angsten en het bevorderen van de gezonde ontwikkeling.

Bij jongeren met McDD is de puberteit een spannende fase, omdat met name in die periode het gevaar voor een psychotische ontwikkeling niet denkbeeldig is.

In de volwassenheid luwen de heftige emotionele uitschieters bij het merendeel van deze kinderen, maar zij blijven veelal afwijkend in het sociale contact en dikwijls ook in het denken. In veel gevallen zullen zij aangewezen blijven op hulp en begeleiding, met name bij wonen en werken.

 

terug naar boven